
Feest van Bebop en Satie
'Onmogelijk stuk' wordt toch nog feest van Bebop en Satie
Hans Leenders laat zich als dirigent en slagwerker niet door
John Adams' ritmische fratsen intimideren, maar het kost hem moeite
de 'chaos' te beteugelen.
Over Century Rolls, het pianoconcert van John Adams, is
het oordeel eensgezind. 'Een onmogelijk stuk', zuchtte Edo de Waart
toen hij een uitvoering ruim drie jaar geleden torpedeerde. De
spagaat tussen heen en weer schietende nootjes die in elkaar moeten
passen en een schijnbaar nonchalante, jazzy timing maakt de
compositie tot een angstdroom voor orkest, dirigent en
solist.
Ook de componist zelf gebruikt voor zijn werk de term
'onmogelijk', merkte de pianist Ralph van Raat toen hij samen met
Adams aan de uitvoering sleutelde van het concert dat in de jaren
negentig in opdracht van Emanuel Ax is ontstaan.
Destijds week Van Raat schielijk uit naar Phrygian Gates,
een nauwelijks minder complex werk van dezelfde John Adams. Het
voordeel: één man en niet een heel orkest hoefde aan de bak. De
last-minute-klus lukte.
Dit weekeinde zou het onmogelijke concert eindelijk in Eindhoven
een van zijn schaarse live uitvoeringen beleven, maar opnieuw
dreigde een afmelding van een dirigent roet in het eten te gooien.
De redding
kwam van Hans Leenders.
Die liet zich als dirigent en ervaren slagwerker niet door Adams'
ritmische fratsen intimideren, maar ook hem kostte het moeite de
schijnbare chaos die de componist voorschrijft niet in een echte
chaos te laten ontaarden. Meteen al bij de inzet van het orkest
liep het mank. De wriemelige staccatonootjes zaten scheef op de
rails en
het duurde een minuut of wat eer de boel onder elkaar stond en het
feest van bebop, lopende bassen
en dollen met een bekend pianowerkje van Satie kon beginnen.
Leenders' kwaliteiten kwamen in de kalme swing van het langzame
deel het mooist naar Voren. Knap hoe hij de blazers in het orkest
de ruimte gaf boven een strakke ritmische basis.
Ralph van Raat koos vooral in dit lyrische deel de vrijheid van
een jazzy frasering en gebruikte de heel specifieke klank van een
versterkte vleugel voor een prachtig genuanceerde klankverhouding.
In
het orkest glorieerden de harp, celesta en xylofoon.
Twee composities van Theo Verbey (1959), dit jaar 'composer in
residence' bij het Brabants Orkest, vormden de tegenhangers van
Adams' enerve-rende pianoconcert: Triade en Pavane
oubliée voor harp en strijkers, een klankherinnering aan
Debussy. De soloharpist van het orkest, Anton Sie, speelde zijn
partij als een dromerige mijmering en ontmoette in de strijkers van
het orkest gelijkgestemden.
Ook Triade, een drieluik van Verbey uit het begin van de
jaren negentig, blikt terug. Aanknopingspunt vormt de 'Praagse'
symfonie van Mozart, maar opvallender waren Verbeys immer
weloverwogen schrijfstijl, met zijn mooi afgewogen ideeen over
instrumentatie en klankbalans.
Ondanks het spannende programma en de eersteklas solist was de
zaal in Muziekcentrum Frits Philips zeer matig bezet. Dat bij
nieuwe muziek ook termen als 'mooi', 'lekker' en 'swingend' passen,
is kennelijk nog niet overal doorgedrongen.
door: Beta Luttmer voor De Volkskrant
Terug naar het overzicht