
Orkest komt er goed uit
11 december 2009
Gek werden ze ervan, van die 'ongenadig dissonerende verzameling
van
klanken' die als 'scherpe droge slagen' op hen neerkwam. Met
bosjes
verlieten de concertbezoekers van Sint Petersburg die avond in
1912
de zaal. Een schandaal was het, de première van het tweede
pianoconcert van Prokofiev. De componist zelf nam de eerste
uitvoering voor zijn rekening en schijnt onverstoorbaar te
hebben
doorgespeeld. Staan wij anno 2009 nergens meer van te kijken,
de
argeloze luisteraar in 1912 zal zich rot zijn geschrokken.
Prokofiev's tweede pianoconcert in g opus 16 is het meest
turbulente
concert dat ik ken, op het gewelddadige af. Het kent echter
ook
momenten van Debussy-achtige verstilling en grote melodische
schoonheid. Een betere pleitbezorger dan de Georgiër
Alexander
Toradze is er voor deze muziek niet. Breed en dik bracht hij
fysiek
de juiste hoeveelheid kracht mee om dit stuk te kunnen spelen,
zijn
verfijnde smaak, muzikaal intelligente geest, kennis van
Prokofievs
muziek en zijn totale overgave daaraan, gaven deze uitvoering
naast
de nodige decibels inhoud. Het was spectaculair om te zien en
te
horen wat Toradze klaarspeelde. De grote Steinway-vleugel
explodeerde, van hoog tot laag haalde hij werkelijk het uiterste
uit
het instrument. Prokofiev zocht de grenzen op, Toradze ging er
met
donderend geraas overheen. Hoewel niet vrij van effectbejag
speelde
Toradze integer, vooral omdat hij niet alleen oog had voor
de
extraverte maar ook voor de introverte kant van de muziek.
Het
Brabants Orkest had een hele dobber aan de begeleiding, maar kwam
er,
dankzij de laveerkunst van Buribayev en meeliftend op het
aanstekelijke enthousiasme en de niet te houden energie van
de
pianist, goed uit. Berlioz' ouverture Les Franc-juge fungeerde
voor
met name de strijkers als vingervlug opwarmertje. In een milde
vorm
leek het op wat er zou gaan komen; ook Berlioz bediende zich
van
grillige contrasten en extreem instrumentgebruik en een
haast
koortsachtige ritmiek. Na de pauze ging het roer om.
Tsjaikofskyís
derde Suite was een en al melodische schoonheid,
harmoniërend,
geschreven om te behagen. Ook het door Prokofiev flink
opgefokte
Brabants Orkest ontspande zich. Overzichtelijk vocale lijnen
brachten
rust en speelruimte, instrumenten vonden elkaar, het was als
buiten
spelen op een zonnige dag, in de wetenschap dat het nog weken
goed
weer zou blijven.
Het Brabants Orkest o.l.v. Alan Buribayev en met pianist
Alexander
Toradze met werken van Berlioz, Prokofiev en Tsjaikofsky.
Gehoord in Theater aan de Parade in Den Bosch op vrijdag 11
december.
door Marjolein Sengers voor Het Brabants Dagblad
Terug naar het overzicht