
Verbazende intensiteit Stutzmann
Fris zijwindje van Jan Zekveld voor het Brabants Orkest
Jan Zekveld heeft een verrassend programma opgesteld waarin de
Franse alt Natalie Stutzmann kan schitteren.
Terwijl de meeste orkesten in Nederland zich hoe langer hoe meer
naar het midden van de weg bewegen, is er bij Het Brabants Orkest
sprake van een fris zijwindje. Dat komt voor een flink deel op het
conto van Jan Zekveld, die vermaard is geworden als programmeur van
de ZaterdagMatinee en nu bij de Brabanders is
aangesteld als 'artistiek manager'.
De koers van Zekveld is volgens de copywriter van het orkest
(iemand die nog steeds graag de middenstreep opzoekt) 'even
verrassend als vertrouwd'. Dat betekent dat het vaste HBO-publiek
dit seizoen toch wel een paar stukken - of combinaties van stukken
- te horen krijgt die het niet van te voren kan hebben zien
aankomen.
De Vierde Symfonie van Carel Anton Fodor in een
Weber/Beethovenprogramma bijvoorbeeld, of een programma met
Gabrieli, Dutilleux en Beethoven (uit respectievelijk de I6de,
20ste en I9de eeuw). Bijzonder is ook het concert van volgende week
waarin werk van composer-in-residence Theo Verbey als spil
fungeert.
Ook bij het programma dat het Brabants Orkest deze week
presenteert is de hand van Zekveld on-miskenbaar, zout in de pap.
De hoofdschotel zijn de Quattro pezzi sacri van Verdi, met
in het voorprogramma de
Altrapsodie van Brahms. Een mooie koppeling, maar tot
zover is er niets aan de hand. Het listige muzikale rijm zit hem in
de twee zeiden uitgevoerde stukken in de aanhef: het zeer korte
Elegischer Gesang van Beethoven, en Mendelssohns Hymne
voor alt, koor en orkest.
Het moet ook nog een leuk lokkertje voor de Franse alt Natalie
Stutzmann zijn geweest, die enkel voor de Altrapsodie, een
stuk van een kwartiertje, misschien niet vier dagen lang naar
Brabant had willen komen.
Stutzmann, in de veertig, is een grootheid wier ster nog steeds
rijzende is. Door haar uitermate terughoudend gebruik van vibrato
doet haar diepe contra-altstem af en toe denken aan een heel lage
panfluit. Zo heel luid zing ze niet eens, maar de intensiteit die
uit haar vertolkingen spreekt, is verbazend.
Mendelssohns Hymne bevat een koraal en een fuga en wijst
daarmee terug naar Bach. Stutzmann, op de voet gevolgd door het
koor, brengt de deemoed en de gelukzaligheid die hier domineren
bescheiden maar expressief tot klinken.
In Brahms' verklanking van Goethe mag ze ook donkerder registers
aanspreken. De desolate stemming van het begin wijkt gaandeweg voor
een devote gebedssfeer, waaraan de mannen van het koor een sonore
bijdrage leveren.
Vakdirigent Christoph Poppen, gepokt en gemazeld bij een aantal
Duitse radio-orkesten, geeft het orkestaandeel een lichte toets. Op
die manier gepresenteerd kan Brahms bijna beschouwd worden
als
colorist. En aan de hand van de romige strijkers in het
Elegischer Gesang zou je van Beethoven hetzelfde kunnen
zeggen.
Het Brabant Koor, dat gedurende het hele programma actief is,
besluit de krachtproef met een imposante vertolking van Verdi, die
in zijn gewijde gezangen soms op wel erg aardverschuivende wijze de
hemel
bestormt.
door: Frits van der Waa voor De Volkskrant
Terug naar het overzicht